Marieke over fietsen…

Zo was de grootste grap hier het fietsen. Je zou denken dat wij als ervaren fietsers geen enkele moeite zouden hebben met de straten van Toronto. Het begin van ons fiets avontuur is bekend. Na een dag op een supertoffe blauwe stadsfiets over de straten gestuiterd te hebben, besloten we die direct, al was het met een kleine traan, deze weer terug te brengen naar de winkel. Voor deze straten (de Dam is het niets bij) was grover geschut nodig. Zo kwamen wij dus bij onze nog toffere rode mountainbikes.

Het eerste weekend met onze Hollandse ontdekkingsreizigersmentaliteit op pad. Heel snel al kwamen we op een snelweg terecht… mwah, beginnersfout dachten wij, kan de beste overkomen, dus huphup op zoek naar een fietspad.Die zoektocht duurt inmiddels al 4 maanden. Even dachten we dat het
aparte deel van de weg rechts van die witte streep een fietspad voorstelde, maar daar zijn in ieder geval de automobilisten het niet mee eens. Ach, geen probleem, gewoon zigzaggend de kleine woonwijken door, zodat we ons leven niet hoeven te riskeren tussen de racende auto’s. Dat zigzaggen is het volgende punt. De bocht om, daar kan weinig bij misgaan…. dacht je!

Linksaf, hand naar links uitsteken en rechtsaf, hand naar rechts, dat leerde je samen met het weggooien van je zijwielen of anders tijdens het verkeersexamen van groep 7. Te flauw dus bijna om over te beginnen. En tóch kan het ook op zijn Canadees. De eerste keer dat ik iemand ‘richting aan zag geven’ dacht ik echt dat ze bang was dat een vogel op haar mooie fietshelm zou poepen. Rechter hand bóven het hoofd, dat doen ze! En dan weet je dat er een bocht komt, links of rechts is een verrassing, minor detail ook…

Later om uitleg gevraagd bij Elsbeth, die ons op dit soort verwarrende momenten altijd uit de brand hielp. Blijkt het dat ze met een vinger van die rechterhand hun toekomstige richting aanwijzen…. Geen verder commentaar, ieder zijn manier. Volgende punt is de bel. In Nederlandse steden heeft de bel een duidelijke ga even aan de kant- functie: ‘heee pas op gekke toerist, ik wil nu even op het fietspad!’ of gewoon ‘pas op!’ of ‘kunnen jullie even niet met 8 naast elkaar, dan kan ik inhalen’ of ‘whaaa kutduif’ (die werkt trouwens het minst goed…)

Maar goed, hier bellen de fietsers te pas en te onpas, voor te onpas. Fietsen wij braaf in ‘one line’ achter elkaar (naast elkaar fietsen is een taboe) en dan hoor je iemand volledig manisch zijn (misschien nieuwe?) bel uitproberen. De normale schrikreactie (ik moet aan de kant!) treedt op (je kant het wel, zweten, stuur op hol, vallen en bloedende knieen) en dan komt iemand je gewoon even inhalen…. Soms fietste er iemand voor me en dan belt die de hele tijd, zonder dat er ook maar íemand voor of achter of naast hem zit. Gek toch? Later heb ik begrepen dat dat dus is om potentiele roekeloze uit de auto stappende mensen te waarschuwen. Nu begrijp je ook hoe hard die bellen zijn, want ze moeten dus door het dichte autoraam heen klingelen…

O ja, nog één laatste puntje dan, vrouwen met rok of jurk op de fiets is absoluut een waanzinnige gebeurtenis, dus dat wordt nog wennen straks in Amsterdam als er niemand meer naar ons fluit, toetert (of belt…) als we met wapperende rok en idem blonde haren op de fiets stappen.

Onder Canadezen

Een oppervlakkige beschouwing toont een zelfde samenleving, welvarend, een bekende taal en dezelfde normen en waarden; onderhuids ervaren we grote verschillen, waarbij in het oog springen, een uitermate grote vriendelijkheid en tolerantie (zoals wij Nederlanders die volgens overlevering zouden hebben, maar ergens verloren zijn), beleefdheid, rust en service gerichtheid.

Canadezen zijn redelijk ingetogen mensen, zelfs in een vol restaurant is een gesprek op normaal volume mogelijk, ze zijn niet al te nadrukkelijk aanwezig. Met hun uitermate grote beleefdheid; dames gaan voor, de deur wordt inderdaad open gehouden en iedereen wacht netjes op zijn of haar beurt, leidt dat er zelfs toe dat als ik ze op mijn fiets bijna van de zebra af rijdt, zij “sorry” zeggen, of zich verontschuldigen als ze in een drukke winkelstraat even tegen je aan stoten.

Een stapje verder houdt het in dat het woord “nee” nauwelijks gebruikt wordt, ontkenningen worden altijd in een positieve richting om gebogen of, heel simpel, de schijnbare belofte wordt niet ingelost. Dat kan er toe leiden dat men tevergeefs op de Canadees wacht (afspraak bevestigingen zijn derhalve van groot belang), of dat men gewoon vergeten wordt. Wij uitgesproken en duidelijke Hollanders, dienen dat te accepteren, ons heldere en voor iedereen informatieve “nee” wordt als uitermate onbehouwen en grof ervaren, hetgeen tot frustraties aan beide kanten heeft geleid en tot enige teleurstellingen aan de onze.

Om toch “nee” te zeggen, bevestig je het tegenovergestelde of geef je vage antwoorden, zoals de dame zojuist in de trein, op de vraag of de airco iets warmer kon “I will double check the temperature”, beleefd; zelfs twee keer controleren, geen “nee”, ze zal het controleren, geen toezeggingen. In het restaurant geen “nee, dank u ik heb nog”, maar “I am set” of “I am good”.
Wij Nederlanders willen altijd maar duidelijkheid scheppen, iedereen laten weten waar hij staat, en kwetsen daardoor onophoudelijk als onbeschaafde vreemdelingen. Na die twee jaar voel ik me nog steeds een echte buitenstaander als ik weer niet in staat ben geweest een mooier antwoord als “nee” te verzinnen, hoeveel alstubliefts en sorry’s ik er ook omheen heb weten proppen.

De simpele beleefdheid bij een ontmoeting (niet alleen bij zaken relaties, maar ook in de supermarkt of de kroeg) niet alleen “hi” of “hello” te zeggen, maar te vragen “how are you” en te wachten op het beleefde maar gemeende antwoord “fine” of “good” gevolgd door “and how are you” . Ik krijg het gewoon niet omgebogen in mij recht door zee, “cut de crap”, op naar de kern Hollandse mentaliteit. Nog steeds zijn het bij mij twee zinnen, “good”, veel te lange pauze, o, ja ik moet ook nog even vragen hoe het met hem gaat “and how are you”.

Canadezen hoor je er niet over, ze accepteren je zoals je bent, of ik nu een pak aan heb of in m’n korte broek op slippers loop (dat laatste stadium heb ik nog niet bereikt, overigens). Wellicht maken ze buiten gehoor afstand grappen over die rare Hollander, maar ik denk van niet. Beoordelingen op basis van afkomst, accent, kleding of vermogen, het lijkt niet te bestaan; en dat vinden wij één van de mooiste kenmerken van de Canadese maatschappij. Huidskleur kwam in dit rijtje niet voor, helaas bestaat daar zichtbaar en onzichtbaar nog wel een barrière, zowel voor afro-amerikaanse als voor oorspronkelijke bevolkingsgroepen (Inuit en indianen), maar daarover hebben we zo hier en daar wel geschreven…

Voor alle duidelijkheid, u hoort van ons geen enkel onvertogen woord over deze manier van communiceren. Het is alleen de onduidelijkheid over de echte stand van zaken, die van ons grote aanpassingen vraagt. Nee, wij houden wel van deze vriendelijke Canadese samenleving, ook al kunnen we niet zo goed tegen de onzekerheid, dat is iets wat wij maar moeten leren. Het maakt de sociale interactie wel een stuk aangenamer.

Want verder houdt het in dat de klant koning is en je echt geholpen wordt. Al plukt mobiele telefoon aanbieder Rogers je hele portemonee leeg en betaal je grote sommen aan de gemeente Toronto voor een simpele picknick vergunning, de communicatie met hun medewerkers verloopt volgens een zeer aangenaam scenario, waarbij rustig alle vragen beantwoord worden, gezocht wordt naar opties en oplossingen en er uitleg is als die er niet zijn. Want regels kent men hier als geen ander, zoals het A4-tje van Parks & Recreation Toronto wel laat zien. Regels geven als enige de duidelijkheid die iedere samenleving nodig heeft. Het biedt de Canadezen de mogelijkheid “nee” te zeggen, zonder de ander te schofferen, want aan regels dienen we ons per slot van rekening te houden.

En anders is er wel de manager. In een hiërarchisch ingestelde maatschappij als de Canadese hoort men nog wel eens het antwoord; “daar kan ik niet aan doen, dat moet mijn manager goedkeuren”.

Als de verhuizers zonder dozen aan komen zetten, omdat uit ons telefoongesprek onvoldoende is gebleken dat alles door hen ingepakt moet worden, dan vragen de regels om overleg met de baas. Maar samen met hem vinden we heel snel een oplossing waar we ons in kunnen vinden, zonder onvertogen woord, met een glimlach en het juiste resultaat: “no worries, no problems”.

Al zijn we buitenlanders en hebben we een raar accent, en spreken de taal anders, we worden zeker geaccepteerd en opgenomen (net als de 47% van alle andere Torontonians, die in een ander land geboren zijn). Dat wil nog niet direct zeggen dat je ook een baan krijgt of gelijk volledig onderdeel bent van de samenleving, we hebben per slot van rekening geen hockeyles gehad op school, of samen rond de cottage gespeeld. Toch voelden we ons hier welkom en op onze plek, een mooi land, hele fijne mensen, een prachtige tijd.


(Op de foto: Vancouverites die met kleine rood witte vlaggetjes op 1 juli 2008 Canada Day vieren, de nationale feestdag. De foto’s zijn genomen op Granville Island, een heringricht industrie-terrein, net iets ten zuiden van Downtown Vancouver, waar we enkele dagen verbleven)

Afscheid nemen

We hebben maar weer een afscheidspartij georganiseerd om iedereen te kunnen zien en "Goodbye & Farewell" te kunnen wensen.

Anders dan destijds in Nederland zal het voor een groot aantal een definitief afscheid zijn. Sommigen zien we terug op congressen, anderen komen wel weer eens naar Nederland, soms ook verwachten ze ons wel weer terug in Toronto. Maar dat is niet altijd zeker.

Na een enkele lunch, een thee, laatste ontmoetingen in de kroeg, afscheid in de kantoren van mijn zakenpartners en klanten is het vrijdag tijd voor onze afscheids-barbeque op de Toronto Islands. Het mooie plekje, zichtbaar vanuit ons huis, waar we al vaker ons vlees roosterden, hadden we eind mei al gereserveerd bij de daarvoor aangewezen instantie (waarover later meer).

Toch werd het spannend of het weer geen roet van het eten zou spoelen. Het is de laatste dagen helemaal niet zo mooi als eigenlijk wel hoort. Bijna Nederlands grijs, koud en veel regen. Het stabiele klimaat, met een heerlijke temperatuur van 25 graden en zon is ver te zoeken, en tot vlak voor de barbeque houd ik mijn hart vast. Uiteindelijk breekt het open en met 22 graden is het net warm genoeg.

Ik heb boodschappen gedaan; wat frisdrank, wat worstjes, broodjes en en verder is het een potluck, een goede Canadese gewoonte waarbij iedereen gewoon iets klaar maakt en meeneemt, erg makkelijk. Om half zes nemen we het kleine bootje naar de overkant. Marieke en Jeroen komen helpen sjouwen en om zes uur zetten we het kamp op, als Michael al aan komt fietsen.

Het wordt een heerlijke avond, met teveel mensen om mee te praten. De zeilvrienden, collega’s van Sas, Dana waarmee ik bij AWID lang samenwerkte zie ik na lange tijd weer, vrienden van de Dutch Treat, studenten van de afdeling van Sas en anderen die we tegen het lijf liepen en aardig vonden, zoals onze kapster June, waarmee we in twee jaar een leuke band opbouwden. Het wordt veel te snel donker, ik vergeet zelfs foto’s te nemen, en tegen elven moeten we opschieten om de laatste boot terug te halen.

Downtown Toronto laat zich van haar mooiste kant zien…

Italiaans Drama

Bob belde dat hij wat later zou komen, Sas was druk op haar werk en Erno en Christina lieten niets meer van zich horen, dus stapte ik om half drie moederziel alleen op het italiaanse gezelschap af, alleen nog gesteund door de fel oranje AH welp, die Sas uit Nederland had meegenomen, en die ik op mijn rugzakje had geprikt. Mijn enige voetbal kledingstuk is het witte uitshirt van de WK, dus gelukkig stak ik verder niet al te fel af tegen de in het grijs geklede mannen, slechts twee hadden zich in het azzurri blauw gestoken.

We (welp en ik) werden met plezier ontvangen, ik mocht naast Alessandro zitten, terwijl we beleefd voetbal-wetens-waardigheden uitwisselen. Gezien mijn zeer beperkte kennis ervan, de opstelling herbergde zelfs enkele namen waarvan ik nooit eerder gehoord had, waren we daar zo doorheen. Men praatte in het Italiaans verder, waarbij de woorden "Van Basten" en "terminator" in een zin regelmatig voorkwamen, waarschijnlijk vanwege zijn nogal kaal geschoren kop. Een vooruitziende blik, bleek later. Groot was het gezelschap niet een man of vijftien, eerst nog redelijk monter, maar na tien minuten in de wedstrijd werden ze al een stuk stiller.
XX
XX

De wedstrijd was een genoegen om aan te kijken, maar dat hoef ik niemand te vertellen. De Italianen werden steeds stiller, tot er ten slotte een zelfde stemming hing als tijdens een streng katholieke uitvaart. Alessandro verdween naar de voorraadkelder om een inventarisatie te doen, de helft was voor afloop van de wedstrijd verdwenen, na het laatste fluitsignaal waren alleen nog vier Nederlanders in het café te vinden.

Natuurlijk mag ik geen voorspellingen doen, maar in ’88 was ik ook niet in Nederland. Terwijl Nederland de Russen versloeg zat ik met mijn zusje op een berg in Oost-Turkije, de dichtsbijzijnde televisie was twintig kilometer lopen verderop. Ik ga proberen op 29 juni weer zo’n berg te vinden in British Columbia, kunnen jullie feestvieren…
XX
xx

  • Ook de krant vond het een erg mooie wedstrijd: "Een Nederlands kadootje"

    XX

Is het toeval, of…

Hollandse luchten en een stevig windje terwijl ik dit zit te typen. De wind komt van het meer, en dat is geen goed nieuws; dan is het koud. Al een paar keer ben ik hoopvol in hemdsmouwen de stad in gelopen, om tot de ontdekking te komen dat het nog steeds echt koud is. Dat was vorig jaar toch wel anders. Het moet opschieten want ons vertrek nadert.

Met dat vertrek aanstaande staat ons leven in het teken van afronden en organiseren.

De meeste van mijn projecten zijn afgerond. Deze week had ik een workshop, georganiseerd met een bevriende IT organisatie. Joe kwam met het idee toen hij hoorde dat we terug naar Nederland zouden gaan. "Het zou toch mooi zijn als je al je opgedane kennis over IT Strategie en non-profits zou kunnen delen", zei hij. Hij hielp een zaaltje huren en uitnodigingen versturen en een tiental geïnteresseerden kwam opdagen om voor $50 mijn verhaal aan te horen. Het was erg leuk om het geleerde samen te vatten en er een mooi, waardevol verhaal van te maken [binnenkort ook te lezen op de InfoJuice website] en er ontsponnen zich interessante discussies, waardoor een deel ook weer getoetst werd aan de praktijk, van de heel verschillende deelnemers. Joe zegde mij de volledige opbrengst minus de kosten toe en ik promootte zijn diensten.

Maar over toeval gesproken…

Sas vertrekt dit weekend voor een kort weekje Nederland, en wilde nog gauw even de laptop kopen, waarover ze al tijden aan het dubben is. We staan in de grote FutureShop op Dundas en Yonge als ze voorzichtig op haar rug getikt wordt, "Saskia?" vraagt een schuchtere jongen. Sas kijkt op, twijfelt even, maar herkent dan een Rotterdamse collega. Wat grappig. Hij is in de stad om zijn vriendin te verassen, die hier een congres heeft. Zo’n grote stad, en dan loop je elkaar zomaar tegen het lijf, kan gebeuren.

De keuze voor de laptop is lastig, licht gewicht, maar niet te duur, niet te groot, maar niet een te klein scherm. Handig voor op reis, maar ook voor elke dag. Ach, we gaan er even over denken en doen dat terwijl we met onze Zwitserse vriendin Nicole een crêpe gaan eten. De dames spreken af ‘s avonds naar de op dit moment zeer gehypte film "Sex and the City" te gaan, een echt meidenuitje; Ron moet per slot van rekening de nieuwe computer installeren.

Terug in de Futureshop waar dan toch uiteindelijk een keuze gemaakt wordt. Zoals dat met vrouwen en computers gaat werd in de winkel al het maandenlange vooronderzoek genegeerd en werd er uiteindelijk besloten op basis van “looks”. Een mooie zwarte, die vervolgens alleen nog in donkerblauw leverbaar is, maar gelukkig geen roze. Vanuit het drukke zaterdagmiddag publiek, stapt een man in korte broek naar voren, wel een beetje bizar, gezien het weer. Het is dominee Gary, hij glimlacht zo mooi mysterieus als we vertellen dat dit al onze tweede toevallige ontmoeting is op deze plek. We kennen hem via vrienden, zongen met mijn ouders in zijn straatkoortje op Bloor Street, de koude kerst van 2006, en nu praten we even kort bij. Hij maakte een trip door Groot Brittanië om bij de moederkerk inspiratie op te doen. Aardige man, tweede generatie Nederlander, erg Canadees, maar met zo`n echte Nederlandse kop. "Het is zo jammer dat jullie weg gaan!". Ja, vinden wij ook…

Het nieuwe computertje is een beauty en Sas werkt op zondagochtend nog even aan de voorbereiding van het congres, dan gaan we brunchen, of liever gezegd lunchen, het is al half één, met vrienden van de zeilclub. Op aanraden van mijn kapster, èh hairstyliste en de reeds genoemde Nicole komen we bij het fenomeen Madeleine terecht, een onooglijk stukje Bathurst Street herbergt een juweel van een koekjes, gebakjes en chocolade winkel, met ‘s zomers in de tuin een brunch-gelegenheid. Slechts enkele tafeltjes en in een soort van prieeltje tafels met lekkers (fruit, veel petiterige, maar smakelijke gebakjes, hartige en zoete mini croissants, etc) en een grappige en aardige dame die voor $21, all-you-can-eat, wafels, omeletten, toast, crêpes en nog veel meer voor je bakt. Wat een luxe en gezelligheid.

Terwijl we onze vrienden begroeten, stapt er een dame op me af, de receptioniste en goede vriendin van de hairstylist, zit hier toevallig ook: "Ik hoor dat jullie terug gaan, zo jammer, ook June (de kapster) gaat jullie erg missen, she’s very sad about it". Jawel, Canadezen houden wel van overdrijven, maar het is ook wel heerlijk. Terwijl de zeilmaten zich afvragen wie ik nu weer tegen het lijf loop, herkent Sas haar ook (ja, we hebben dezelfde kapster) en slechts met moeite lukt het ons weer bij ons eigen gezelschap terug te komen.

Na een heerlijke brunch fietsen we de lange weg naar huis. Ik maakte laatst met Michael een fietstochtje van een van de Noordelijke metrostations, door parken en ravijnen, naar de waterkant. Nu wijs ik Sas de weg; het rommelige Dupont af, chique stukje Yonge op, linkaf door Chestnut Crescent (uiteraard nog chiquer), Mount Pleasant Road over, door het ravijn, via een oude steenfabriek, naar de Don Valley. De groene slagader van Toronto, waardoor helaas wel een snelweg loopt, zonder al dat asfalt zou het een paradijs zijn, langs een heerlijk stroompje, terwijl je je rustig berg af naar beneden laat zakken. Nabij het meer een stadse rafelrand, waar snelwegen, spoorbanen en industrieterreinen, ooit eens gaan wijken voor parken en woningbouw, ooit…

Nog even langs de grote Loblaws Supermarkt om Michiels bestelling in te slaan. Terwijl ik de trap af loop, zie ik beneden een bekende figuur achter een winkelwagen aan komen lopen: Zeilclub Gary. Hij ziet mij ook en lacht. "Zo je laatste inkopen aan het doen?" Hij vertelt van de 75km Becel-fietstocht die hij vanmorgen gedaan heeft, voor het goede doel, maar al gauw gaat het over ons aanstaande vertrek, "erg jammer, we will miss you guys". De altijd sympatieke Ierse ogen kijken oprecht een beetje triest; "ik hoop jullie nog te zien op de zeilclub, of anders bij de BBQ?!!"

Terwijl we naar de kassa lopen kijk is Sas aan, hoe kan dat nou, in één weekend zo maar vier keer bekenden tegen het lijf lopen, in deze enorm grote stad met miljoenen inwoners? Het mooie is wel dat drie van de vier het erg jammer vinden dat we weggaan en zelfs vragen of we niet willen blijven…

Naar Algonquin

Dit weekend dus naar Algonquin park geweest.

Hoe anders is Canada, zodra je deze grote en moderne stad achter je laat. Als we even voorbij het inmiddels welbekende Peterborough, Highway 17 verlaten in Noordelijke richting, is het landschap een stuk leger. Rondom veel huizen ligt een ongelofelijke hoeveelheid rommel. Oud en ongebruik tuingereedschap dat ligt weg te roesten, oude auto’s en motor-onderdelen, hout, delen van bomen en haardblokken. Veel huizen zien er verveloos en gehavend uit. Dit zijn niet de meest welvarende streken van het land, en als de bewoners al een baan hebben in de nabijgelegen auto-industrie van Oshawa, Ajax of Pickering dan is grote onzekerheid hun deel, nu bijna dagelijks sluitingen of arbeidstijd verkortingen worden aangekondigd.

Even voorbij het plaatsje Lakefield wijst Sas op het bord "Grannies homemade Pies", tijd voor een kopje koffie en een taartje. Vlakbij is eerst nog een LCBO (de staats-dranken-handel) waar ik nog even een flesje wijn wil inslaan voor bij het kampvuur. De dame achter de balie maakt een gezellig kletspraatje, over het fijne weer en dat ze ook uit Toronto komt. Wat ze hier achter de balie van deze oude stoffige General Store doet kan ik niet vragen omdat er een volgende aandacht wil, en we vertrekken met veel Goodbye’s en Have Fun’s.

Granny is zo’n ouderwets restaurant, een soort grote huiskamer, keurig netjes, maar ook wat stoffig en zeker ouderwets. Bloemetjes gordijnen, blauw gespoten kaarsenkandelaars aan het plafond, rood-wit geblokt plastic tafelkleed, grote mokken slappe filterkoffie, grove houten stoelen, nog lang niet ten prooi gevallen aan de modernisering. Pa, ma en de kids serveren (oma hebben we niet gezien). Binnen zit een gevarieerd lokaal gezelschap aan het ontbijt. Veel geblokte hemden onder ongeschoren koppen, gestoken in vale jeans, een gezinnetje dat met stok oude oma op stap is. Twee mannen overduidelijk op weg naar hun visstek, de werkfrustraties van de afgelopen week met elkaar delend. Twee koffie’s (met refill) en twee bramen-taartjes voor nog geen tientje ($ 9,50), inclusief vriendelijke en efficiënte bediening. Wat houd ik van dit soort eerlijke eenvoud.

 

Algonquin Park is ongeveer 300km ten Noorden van Toronto, 32.000km2 groot, bijna 2/3e van Een bever zwemt snel weg, op zoek naar zijn burcht.Nederland en alleen maar bomen en meren. Het gebied eromheen ziet er niet anders uit, maar daar kom je zo af en toe nog eens een dorpje tegen. Door het park loopt één weg met daaraan een enkele camping, waar we dit weekeinde onze tent opsloegen, aan het meer (op bijgaande ansichtkaart), en we een paar wandelingetjes maakten. Het toppunt van geluk: BBQ met dikke steak boven op een mooi brandend vuur met een glaasje wijn in de hand, zo’n heerlijk plekje aan het water …
xx

 

>> Foto boven: Bever op weg naar zijn burcht; onder: Uitzicht vanaf Booth’s Rock over Rock Lake…

Net na het middaguur komen we aan in het park. We mogen een plaatsje uitzoeken en vinden een prachtig plekje aan het water, wat afgelegen van de rest. Helaas blijkt dit al gereserveerd, het alternatief is net zo prima, aan het water onder de bomen, met BBQ-plek en picnic-bank. We settlen en besluiten dat het weer veel te mooi is voor vermoeiende dingen dus lezen we een beetje in het zonnetje. Tot het om vijf uur kriebelt bij Sas en ze toch nog wat wil doen. We maken twee korte wandelingen vlakbij, zien een bever, maar helaas geen moose, die in dit jaargetijde naar Highway 60 toe komen vanwege het (wegen-) zout in de poeltjes langs de weg.

We BBQ-en en genieten van de ondergaande zon. Als het donker is en wat frisser wordt duiken we de slaapzakken in, onder het meegenomen dekbed. Het is ‘s nachts nog knap koud en er was nachtvorst aangekondigt. We slapen een gat in de dag en als we opstaan zijn alle buren al verdwenen. We maken een wandeling en rijden dan langzaam huiswaarts. Onderweg staat een groepje auto’s in de kant en daar blijkt een Moose (eland) net onderweg van de weg de heuvel op. Een reeks mensen met camera’s volgt het dier. Het is net iets te ver weg.

Onderweg stoppen we net voor Orillia voor het befaamde hamurgerrestaurant Webers, tot in verre uithoeken bekend om de top-kwaliteit vlees en zo populair dat ze een brug bouwden over de snelweg om opstoppingen te voorkomen. Het is niet meer dan een afhaalbalie waarvoor altijd een rij schijnt te staan. Er is een grote tuin, mooi aangelegde tuin, met wat treinwagons als decor. Op een bankje in het zonnetje smaakt het prima, helaas hebben ze geen mayonaisse voor op de frietjes…

Hier was…

Wij dus ook, en dus togen wij gisteravond naar het culturele centrum aan de overkant van de straat.
Het Harbourfront Centre is het middelpunt van het IFOA, het International Festival Of Authors, dat jaarlijks in de herfst plaatsvindt. Door het jaar heen worden lezingen georganiseerd, waar drie of vier auteurs delen uit een recente roman voorlezen en toelichten.

Met ons, zijn enkele andere Nederlanders op deze avond afgekomen en we praten even bij voorafgaand aan de lezingen, enkelen schuiven aan, aan ons tafeltje. Uiteraard mogen de dames eerst en we luisteren naar Susan Choi en Emily Perkins die een paar korte delen uit hun romans voorlezen, de een wat ingetogen de ander wat meer expliciet. Maar beide nemen de Angelsaksische houding aan van de bescheiden auteur, die enigszins verrast is met het succes wat haar ten deel valt.

Dan is het pauze en na enkele ogenblikken komt de rijzige Nederlandse auteur richting ons tafeltje, waaraan ook de eerste vrouw van het consulaat zit, waarmee hij eerder op de dag geluncht heeft. Hij stelt zich voor aan ons groepje en na enkele heen-en-weer vragen geeft hij toe best zenuwachtig te zijn voor dit optreden, ter illustratie trommelt hij wat met zijn vingers op het tafeltje. Opgelucht loopt hij dan ook met de medewerker mee die aankondigt dat het tweede deel begint en vervolgens is in zijn optreden niets meer te merken van enige nervositeit.

Met verve leest hij voor uit zijn in het Engels vertaalde roman Repatriated, over het Indische gezin dat kort na de oorlog, tegen wil en dank, in het zo andere vaderland terecht komt. Delen van de roman zijn autobiografisch, zoals zijn eerdere romans. Het verhaal is prachtig, over de met kerst gekregen haas, waar nog zo veel loden kogeltjes inzitten dat het eten geen genoegen is en het hele gezin binnen korte tijd door de keuken op zoek is naar dat ene weggeraakte stukje hagel.

Van Dis reciteert met veel dictie, en gebaren, meer een act dan een lezing, hij weet de luisteraars te boeien en neemt het publiek voor zich in, als hij halverwege een verhaal zijn middelvinger opsteekt, met daarin het kuiltje van het potlood, ontstaan door het vele schrijven, geërft van zijn vader zoals hij zegt. Een gebaar, overigens, dat hier absoluut not-done is, maar de geamuseerde Canadezen zijn om voor de Nederlander met zijn prachtige accent en de gloedvolle uitstraling.

Er volgt uitgebreid applaus en achterin de zaal signeren de auteurs hun boeken. Eigenlijk wil ik het boek wel kopen, maar met het gewicht van de koffers voor onze aanstaande terugtocht in gedachten, laat ik deze kans voorbij gaan. Het kleine groepje Nederlanders verzamelt zich met het doel op dit vroege uur van de avond een café te vinden om nog een biertje te drinken en na enige tijd sluit Adriaan zich bij ons aan. Op het voorstel van Sas lopen we richting Wally Maggoos. Een redelijk sfeervol etablissement, waar wel drie andere gasten aanwezig zijn op deze frisse avond in het voorseizoen.

Binnengekomen snuift Van Dis, hij meent Indische kruiden te ruiken en later merk ik ook de specifieke kerrie lucht op. Aan een tafeltje gezeten wordt wijn besteld en ontspint zich langzaam maar zeker een gezellig gesprek waarbij aan niets te merken is dat de gast vandaag gekomen is en morgen weer gaat, belangstelling voor een ieder en ruim de tijd nemend een aantal mooie anekdotes te vertellen, zonder de aandacht voor zich op te eisen.

Ook verteld hij dat de lovende woorden die altijd over zijn toenmalige programma uitgesproken worden en de welhaast legendarische proporties ervan, de laatste jaren alleen maar toenemen. Er was destijds veel kritiek en ook zelf was hij er toen niet van overtuigd iets goeds af te leveren. Hij geeft wel toe veel tijd te hebben gestoken in de voorbereiding, maar verder “deed ik maar wat”.

Bij het afscheid krijgen we een hand en een zoen, hij zwaait nogmaals terwijl hij langzaam naar z’n hotel verderop in de straat loopt…

Ik bedenk dat ik helemaal ben vergeten te zeggen dat ik zijn reeks documentaires over Zuid Afrika zo mooi vond. Zojuist las ik dat hij hiermee, terecht, de Nipkov schijf gewonnen heeft, een prijs die hij overigens ook kreeg voor "Hier is…".

 

De Volkskrant van vandaag: HILVERSUM – Adriaan van Dis krijgt de Zilveren Nipkowschijf voor zijn documentaireserie Van Dis In Afrika. De Nipkowschijf wordt jaarlijks toegekend door radio- en tv-critici van dagbladen en tijdschriften. Adriaan van Dis won eenmaal eerder de Nipkowschijf, in 1986 voor zijn literaire talkshow Hier is… Adriaan van Dis. ‘Momenteel is Adriaan in Toronto voor een congres. Hij loopt daar aardig vrolijk rond’, zegt regisseur en cameraman Hans Pool. De programmamaker noemt de toekenning van de Zilveren Nipkowschijf fantastisch. ‘Het zoemde wel rond, maar Adriaan zei altijd dat we nergens op moesten rekenen. Nu zijn we zeer verheugd.’ (lees meer)

 

Interview in de VPRO gids (link), let ook op de binnenkort te bewonderen voorpagina met de Ark van Noach in groenten en fruit getekend door Eliane! + Het boek heet Familieziek, in Nederland.

 

YouTube fragment waarin Van Dis uitleg geeft bij de recent verschenen DVD met 100 fragmenten uit zijn beroende televisie programma…