Expats hunkeren naar hun Nederlandse roots

Hij heeft ook geprobeerd in te spelen op ‘de huidige situatie’, waarmee Witkamp eufemistisch doelt op wat er op 11 september is gebeurd in New York en Washington. Witkamp bedacht een living memorial, een levende herinnering, in de vorm van een aardenwerken pot met schotel. Met behalve aarde een magic soil tablet en een stekje van een kerstboom, dat zou uitgroeien tot ‘een boom met een verhaal, waarbij degene die hem heeft gekocht een goede daad heeft gedaan, want een deel van de opbrengst zou bestemd zijn voor het Amerikaanse Rode Kruis.’ Witkamp kon er 400 duizend afzetten. Maar de deal ging niet door. ‘Van klanten kregen we te horen dat ze het niet juist vonden dat wij geld zouden verdienen aan het leed van anderen.’

 

Met zijn Canadese en Amerikaanse netwerken op orde heeft Witkamp zijn oog laten vallen op een ander netwerk: dat van expats, Nederlanders die kortere of langere tijd in het buitenland zijn. Hij is de man achter Dutch Treat, een organisatie die ze met elkaar in contact moet brengen. Wereldwijd. Your Dutch Connection with the World, knippert het op www.dutchtreats.org. ‘Little Holland’, verduidelijkt Witkamp.

‘Net als Little Italy, Greek Town, China Town. We zijn allemaal lid van zoveel clubs, maar daar ontmoet je eigenlijk alleen Canadezen. Op zakelijk gebied hebben we het ook niet nodig. Daarvoor heb je weer andere netwerken. Ik bekijk dit vanuit sociaal perspectief. We hebben allemaal onze Nederlandse roots. En het kan jongeren bijvoorbeeld helpen zich snel thuis te voelen in een stad. Als je alles zelf moet doen en ontdekken, ben je maanden bezig. Er was hier een stagiair van de ING die binnen drie dagen een appartement had gevonden. Heerlijk toch?’

Dutch Treat is een knipoog naar de Nederlandse zuinigheid. ‘Going Dutch, hè. Zo staan we nog altijd bekend’, lacht Witkamp. ‘Met z’n allen gezellig uit eten, maar daarna allemaal een apart bonnetje vragen en apart afrekenen. En dan het liefst nog met creditcard.’

Dutch Treat is in oktober 2000 in Toronto begonnen met achttien Nederlanders en is uitgegroeid tot een club van meer dan honderd leden. Lid worden kan alleen op uitnodiging. Toch wil Witkamp het woord elitair niet horen.

‘Onze bijeenkomsten zijn heel toegankelijk. Iedereen betaalt voor wat hij gebruikt heeft. En dat betekent dus ook dat een student die hier een halfjaar is een gezellige avond kan hebben met de drie drankjes die hij afrekent als hij weggaat. De Nederlanders moeten weten dat ze welkom zijn. En natuurlijk, we spelen elkaar heus wel eens de bal toe, maar in principe hebben we daarvoor toch onze Canadese netwerken.’

Witkamp heeft behalve zijn zakelijke visitekaartjes, ook zijn Dutch Treatkaartje. Wilbert Witkamp, belangrijk/important, staat er studentikoos. Uiteraard in de kleuren rood-wit-blauw. Met oranje als steunkleur.

Zoals het toeval bepaalde dat Dutch Treat van de grond kwam in Toronto, zo zal het toeval bepalen waar Dutch Treat verder uitwaait. Witkamp somt op: ‘New York, Boston, Sydney, Bangkok, Santiago de Chili, Montral, daar zitten we al. Er zijn expats bezig in Nashville, Detroit, Parijs, Barcelona, Shanghai, Rome. Waar Nederlanders maar heen gaan.’

Witkamp zou Witkamp niet zijn als hij Dutch Treat niet ook zakelijk zou benaderen. Merchandising, heet dat. Stropdassen met het Dutch Treatlogo verkopen. In eerste instantie binnen het netwerk van expats. ‘In Toronto willen we via Unicef een project in Sudan ondersteunen.’