Naar Algonquin

Dit weekend dus naar Algonquin park geweest.

Hoe anders is Canada, zodra je deze grote en moderne stad achter je laat. Als we even voorbij het inmiddels welbekende Peterborough, Highway 17 verlaten in Noordelijke richting, is het landschap een stuk leger. Rondom veel huizen ligt een ongelofelijke hoeveelheid rommel. Oud en ongebruik tuingereedschap dat ligt weg te roesten, oude auto’s en motor-onderdelen, hout, delen van bomen en haardblokken. Veel huizen zien er verveloos en gehavend uit. Dit zijn niet de meest welvarende streken van het land, en als de bewoners al een baan hebben in de nabijgelegen auto-industrie van Oshawa, Ajax of Pickering dan is grote onzekerheid hun deel, nu bijna dagelijks sluitingen of arbeidstijd verkortingen worden aangekondigd.

Even voorbij het plaatsje Lakefield wijst Sas op het bord "Grannies homemade Pies", tijd voor een kopje koffie en een taartje. Vlakbij is eerst nog een LCBO (de staats-dranken-handel) waar ik nog even een flesje wijn wil inslaan voor bij het kampvuur. De dame achter de balie maakt een gezellig kletspraatje, over het fijne weer en dat ze ook uit Toronto komt. Wat ze hier achter de balie van deze oude stoffige General Store doet kan ik niet vragen omdat er een volgende aandacht wil, en we vertrekken met veel Goodbye’s en Have Fun’s.

Granny is zo’n ouderwets restaurant, een soort grote huiskamer, keurig netjes, maar ook wat stoffig en zeker ouderwets. Bloemetjes gordijnen, blauw gespoten kaarsenkandelaars aan het plafond, rood-wit geblokt plastic tafelkleed, grote mokken slappe filterkoffie, grove houten stoelen, nog lang niet ten prooi gevallen aan de modernisering. Pa, ma en de kids serveren (oma hebben we niet gezien). Binnen zit een gevarieerd lokaal gezelschap aan het ontbijt. Veel geblokte hemden onder ongeschoren koppen, gestoken in vale jeans, een gezinnetje dat met stok oude oma op stap is. Twee mannen overduidelijk op weg naar hun visstek, de werkfrustraties van de afgelopen week met elkaar delend. Twee koffie’s (met refill) en twee bramen-taartjes voor nog geen tientje ($ 9,50), inclusief vriendelijke en efficiënte bediening. Wat houd ik van dit soort eerlijke eenvoud.

 

Algonquin Park is ongeveer 300km ten Noorden van Toronto, 32.000km2 groot, bijna 2/3e van Een bever zwemt snel weg, op zoek naar zijn burcht.Nederland en alleen maar bomen en meren. Het gebied eromheen ziet er niet anders uit, maar daar kom je zo af en toe nog eens een dorpje tegen. Door het park loopt één weg met daaraan een enkele camping, waar we dit weekeinde onze tent opsloegen, aan het meer (op bijgaande ansichtkaart), en we een paar wandelingetjes maakten. Het toppunt van geluk: BBQ met dikke steak boven op een mooi brandend vuur met een glaasje wijn in de hand, zo’n heerlijk plekje aan het water …
xx

 

>> Foto boven: Bever op weg naar zijn burcht; onder: Uitzicht vanaf Booth’s Rock over Rock Lake…

Net na het middaguur komen we aan in het park. We mogen een plaatsje uitzoeken en vinden een prachtig plekje aan het water, wat afgelegen van de rest. Helaas blijkt dit al gereserveerd, het alternatief is net zo prima, aan het water onder de bomen, met BBQ-plek en picnic-bank. We settlen en besluiten dat het weer veel te mooi is voor vermoeiende dingen dus lezen we een beetje in het zonnetje. Tot het om vijf uur kriebelt bij Sas en ze toch nog wat wil doen. We maken twee korte wandelingen vlakbij, zien een bever, maar helaas geen moose, die in dit jaargetijde naar Highway 60 toe komen vanwege het (wegen-) zout in de poeltjes langs de weg.

We BBQ-en en genieten van de ondergaande zon. Als het donker is en wat frisser wordt duiken we de slaapzakken in, onder het meegenomen dekbed. Het is ‘s nachts nog knap koud en er was nachtvorst aangekondigt. We slapen een gat in de dag en als we opstaan zijn alle buren al verdwenen. We maken een wandeling en rijden dan langzaam huiswaarts. Onderweg staat een groepje auto’s in de kant en daar blijkt een Moose (eland) net onderweg van de weg de heuvel op. Een reeks mensen met camera’s volgt het dier. Het is net iets te ver weg.

Onderweg stoppen we net voor Orillia voor het befaamde hamurgerrestaurant Webers, tot in verre uithoeken bekend om de top-kwaliteit vlees en zo populair dat ze een brug bouwden over de snelweg om opstoppingen te voorkomen. Het is niet meer dan een afhaalbalie waarvoor altijd een rij schijnt te staan. Er is een grote tuin, mooi aangelegde tuin, met wat treinwagons als decor. Op een bankje in het zonnetje smaakt het prima, helaas hebben ze geen mayonaisse voor op de frietjes…